Tere heeft een muts voor me meegebracht,een gele, voor het zwembad.Ik haal hem eruit waar iedereen bij is.Manolo zoekt een etiket.Ik leg hem op zijn knie.Hij rekt hem uit om te zien of hij meegeeft.
Dinsdags om acht uur.Ik heb de hele maand betaald.
Het meisje bij de ingangvroeg naar mijn niveau.Ik zei dat ik er geen had.Ze liet me het grote bad zien.‘We hebben ook een trap.’Ik keek naar die blauwe streep.
Tere neemt haar haar bij elkaar.Ze trekt aan de rand van de badmuts.Die schiet tegen haar vingers terug.Het lijkt makkelijk als zij het doet.Ik doe mijn oorbellen uit.Ik geef ze aan mijn man.
Dinsdag heb ik les.Om tien over acht, in het water.
Manolo vraagt meof het niet erg koud is.Dat weet ik nog niet.Al drie dagen denk ik naover wat ik met de natte kleren moetals ik met de bus terugga.
Clara houdt me een zak voor.Die van het brood van vanmorgen.Er zit onderaan een gat in.Ik leg hem terug waar hij lag.Tere zegt dat ik niethet halve huis hoef mee te nemen.
Met rukjes trek ik de badmuts op.Een lok blijft erbuiten.Mijn man houdt de oorbellen vastalsof het twee spelden zijn.Ik vraag hem om de spiegel.Hij laat me zijn telefoonscherm zien.
Eerst staat hij er zelf op.Hij moet hem omdraaien.
