We hadden vijftien afgesproken,voor het cadeau voor mijn moeder.Ik zette het maandag in de groep.Manolo zit niet in de groep.Hij heeft een blender meegenomenwaar het prijskaartje nog aan zit.
Vijftien per hoofd.Dat van het kind telt niet mee.
Paco geeft me een briefjeen vraagt vijf terug.Eén heeft voor twee betaald.Een ander gaf het aan Lucía.Lucía gaf het door aan Fede.Fede kocht de servetten.
Mijn vader opent de doos.‘Deze kan ook ijs malen.’Mijn moeder slaat haar ogen neer.Dan vraagt ze hem om het bonnetje.‘Voor de garantie,’ zegt ze.Tere houdt haar hand voor haar mond.
Ik heb twee mensen te veel.
Nati heeft voor Nuria voorgeschoten,die al in de bus zat.Nuria heeft het net overgemaakt.De telefoon trilt in de saus.Ik veeg hem af met een hoekvan de envelop waar het geld in zat.
Langzaam tel ik opnieuw.Nico telt zichzelf mee.Hij zegt dat hij een ham heeft.Mijn vader kan het bonnetje niet vinden.Het zit onder het plastic,vastgeplakt aan de handleiding.
Mijn vader haalt de blender eruit.Mijn moeder schuift ons de doos toe.‘Wat over is, past hierin.’Ik doe eerst de envelop erin.Het deksel zakt een stukje in.Binnenin begint weer iets te trillen.
