Vertaling · Nederlands
We ontmoeten elkaar op de hoek.We schudden elkaar de hand.We omhelzen elkaar niet.We vragen niet hoe het gaat.
We praten over voetbal,de prijs van benzine,een bekende die vertrok en niet terugkwam.
Je kijkt op je horloge.Een volle bus rijdt voorbij.De deuren gaan niet open.Het stof blijft even in de lucht hangenen bedekt onze schoenen.
We praten verder.Je vraagt of het goed met me gaat.Ik zeg ja.Je schuift de tas naar je andere schouder.De gesp slaat tegen je zij.
Wanneer we afscheid nemen,kiest ieder een andere straat.Je zet de kraagvan je jas omhoog.Het licht springt op groen.
