Vertaling · Nederlands
Ik ga op de stoel zitten.De koelkast zoemt zoals altijd.De klok tikt.
De envelop is gesloten.Er zit vet onder een nagel.Ik wrijf er met mijn duim over.Het gaat niet weg.
Ik sta niet op.Het zoemen.De koude tegel onder mijn voet.
