Vertaling · Nederlands
De televisie staat aan,met het geluid zacht.De mond van de presentatorgaat open en dicht.Ik hoor niet wat hij zegt,ik zie alleen de beweging.
Er ligt een gesloten envelop op tafel.Ik maak hem niet open.Ik draai hem om,leg hem met de naam naar beneden.Hij blijft gesloten.
De buurvrouw brengt om elf uur het vuilnis naar beneden,altijd op hetzelfde tijdstip.Ik breng het mijne naar beneden.De zak maakt de vloervan de lift nat.
In de brievenbus liggen gevouwen reclamesen een bericht van het gebouw.Ik sluit de brievenbus.
Ik doe het licht in de gang uit,blijf in het donker staan.De boiler slaat aan in de keuken.Een leiding drupt.Ik doe geen ander licht aan.
